Inhoudsopgave:

  1. Wat zegt zei?
  2. Wat zij ze?
  3. Wat daar ook van zei?
  4. Heeft gezegd of had gezegd?
  5. Hebben zij of hebben ze?
  6. Wat is het verschil tussen zij en ze?
  7. Wat is zeggen in verleden tijd?
  8. Wat daar ook van zij synoniem?
  9. Heeft gezegd?
  10. Is het zegde of zei?
  11. Hebben hun Of hebben hen?
  12. Kunnen hun of kunnen zij?
  13. Wat hier ook van zij betekenis?
  14. Heeft of had gezegd?

Wat zegt zei?

Het is belangrijk om te weten of het een werkwoord is of een persoonlijk voornaamwoord. Een werkwoord is bijvoorbeeld staan, lopen of zeggen of een vervoeging daarvan: stond, liep, zei. Een persoonlijk voornaamwoord is bijvoorbeeld ik, jij, hij of zij. Als het een werkwoord is, is zei met een ei.

Wat zij ze?

Persoonlijk voornaamwoord
persoononderwerpsvormniet-onderwerpsvorm
volle vormgereduceerd
eerste meervoudwij-
tweede meervoudjullie, uje
derde meervoudzijze

Wat daar ook van zei?

Hetzelfde zij zit onder meer in de combinatie zij het (dat) ..., die te parafraseren is als 'ook al is/was het (zo dat)', 'maar dan wel'. De aanvoegende wijs (ook wel conjunctief genoemd) is een werkwoordsvorm die gevormd wordt door van het hele werkwoord de slot-n af te halen.

Heeft gezegd of had gezegd?

Is het ik heb gezegt of gezegd? Het juiste antwoord is gezegd. Gezegd is het voltooide deelwoord van zeggen. In de meeste gevallen eindigt een voltooid deelwoord op een d.

Hebben zij of hebben ze?

Nee, hun als onderwerp (hun zijn, hun doen, hun zeggen, hun hebben, enzovoort) wordt nog algemeen afgekeurd. Veel mensen vinden een zin als 'Hun hebben dat gedaan' zelfs een verschrikkelijke fout, niet alleen in de schrijftaal, maar ook in de spreektaal. 'Zij hebben dat gedaan' is wél juist.

Wat is het verschil tussen zij en ze?

De 'volle' onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud zij kan alleen op personen betrekking hebben. Voor de verwijzing naar niet-personen kan alleen de gereduceerde vorm ze worden gebruikt, zowel in gesproken als geschreven taal.

Wat is zeggen in verleden tijd?

In de verleden tijd is er soms twijfel over de keuze tussen zegde / zegden en zei / zeiden. Zei en zeiden zijn standaardtaal in het hele taalgebied.

Wat daar ook van zij synoniem?

hoe het ook zij. als synoniem van een ander trefwoord: desondanks (bw) : afgezien daarvan, dat daargelaten, desalniettemin, evenwel, hoe dan ook, niettemin, nochtans, ondanks alles, ondanks dat, toch.

Heeft gezegd?

Het is bovendien mogelijk om een bijvoeglijk naamwoord van het werkwoord 'zeggen' te maken. Op deze manier weet je dat de uitkomst 'ik heb gezegd of 'heeft gezegd' is. ... Wanneer je dit werkwoord in het enkelvoud zet, hoor je vanzelf of je een woord met een t moet schrijven.

Is het zegde of zei?

Zei en zeiden zijn standaardtaal in het hele taalgebied. Zegde en zegden zijn standaardtaal in België, maar ze worden er als formeel en schrijftalig beschouwd, en ze zijn er veel minder gebruikelijk dan zei en zeiden. In Nederland worden zegde en zegden als verouderd beschouwd.

Hebben hun Of hebben hen?

Gebruik hun als het een meewerkend, belanghebbend of bezittend voorwerp zonder voorzetsel, of een ondervindend voorwerp is. Gebruik hen als het een lijdend voorwerp of oorzakelijk voorwerp is. Gebruik hen na een voorzetsel, welke grammaticale functie het ook heeft.

Kunnen hun of kunnen zij?

De regel voor het gebruik van hun of zij is als volgt: Je gebruikt zij als het in de zin de persoonsvorm is. Je gebruikt hun als het in de zin het meewerkend voorwerp is.

Wat hier ook van zij betekenis?

In vuur en Vlaam (wat er ook van zij) leenvertaling van fr "quoi qu'il en soi", zelfde betekenis, dus AN "hoe dan ook", "hoe je het ook keert of wendt".

Heeft of had gezegd?

zeggen/vervoeging
vervoeging van de bedrijvende vorm van zeggen
onbepaalde wijs
tegenwoordig (v.t.t.)heb gezegdhebt gezegd
verleden (v.v.t.)had gezegdhad gezegd
toekomend (v.t.t.t.)zal gezegd hebbenzal/zult gezegd hebben